Voorbeelden van het gebruik van Sleuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hier naar binnen komen… en me uit de bar sleuren.
Ze zou mijn hoofd eraf sleuren.
Een ander zag een man een vrouw een auto in sleuren.
Verdomme, ze sleuren me door het park!
En dan lachen de kinderen en sleuren Tom op een draaimolen. Ga verder.
Jullie sleuren me uit m'n wagen.
Ze sleuren je naar het schavot, leggen de strop om je nek.
Ja, ze sleuren ons alleen af en toe de jungle in.
We sleuren ze snel de zon in.
Maar ik laat me niet mee sleuren naar jouw wereld van het kwaad.
Anders sleuren ze je hun cel in.
Chuck naar buiten sleuren en zorgen dat iedereen op de grond gaat liggen?
Hij gaat het restaurant binnen… maar wij sleuren hem eruit.
Samen dat matras omhoog sleuren, op de vloer van de slaapkamer leggen.
We gaan terug en sleuren haar aan haar haar naar buiten.
Ik kom je naar buiten sleuren.
Je had ze naar buiten moeten sleuren.
Wat ik niet aankan is iemand mee onder sleuren.
In mijn tijd moesten we ze uit de kroeg sleuren.
Je gaat, ook al moet ik je erheen sleuren.