Voorbeelden van het gebruik van Stemmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Niemand. Geen stemmen.
Ik weet het. Ik weet op wie je gaat stemmen.
Op wie stemmen jullie?
Je kan stemmen in onze jaarlijkse verkiezingen voor het Bestuur.
We begraven heel wat stemmen vanavond.
En deze stemmen vonden plaats achter gesloten deuren.
Om al deze redenen konden wij onmogelijk voor deze resolutie stemmen.
Ik vraag dat wij nu stemmen.
Mensen die op u kunnen stemmen.
Ik hoor die stemmen niet meer.
Misschien brengen jullie stemmen haar tot rede.
Op die kardinaal Bergoglio stemmen? Ik dacht: wat als ze na mij.
Hij kreeg 4,7% van de stemmen.
Alle stemmen moeten unaniem zijn.
Ja, maar we moeten straks stemmen.
Daarom hebben wij maar één keuze: tegen dit verslag stemmen.
Omdat walvissen niet kunnen stemmen, hè?
Je hebt niet genoeg stemmen.
Caroline heeft jullie stemmen nodig, want de hare is voor altijd stil.
Je kunt niet stemmen om iemand te doden.