Voorbeelden van het gebruik van U heeft het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U heeft het geschoten.
U heeft het verdiend.
U heeft het ons geleerd.
U heeft het vast al gehoord.
U heeft het niet gelezen, hè?
U heeft het gedaan, mijn heer.
U heeft het.
U heeft het nog steeds.
U heeft het verdiend. Graag.
Maar u heeft het hier toch?
U heeft het niet gelezen, of wel?
Dat is waar. Dat is waar, maar u heeft het niet gezegd.
U heeft het niemand anders verteld?
U heeft het enerzijds over flexibiliteit en anderzijds over de WTO-regels.
U heeft het vast niet gemerkt, maar ik ben nogal nerveus.
U heeft het afgeschrokken denk ik.
U heeft het zelf gebouwd,?
U heeft het flink te pakken.
U heeft het altijd over mijn broer.
U heeft het gehoord?