Voorbeelden van het gebruik van Wie moet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Genoeg. Wie moet ik niet aanraken?
Wie moet ik nog meer noemen?
Wie moet hem krijgen?
Wie moet Stars Genie spelen?
Maar met wie moet ik dan spelen?
Wie moet ik omleggen?
Virginia. Bij wie moet ik zijn?
Wie moet ik doden om van die prijs op mijn hoofd af te komen?
Wie moet mij goedkeuren?
Wie moet Trichovell-pleisters gebruiken?
Wie moet hier wat leren?
De telefoon. Wie moet ik bellen?
Met wie moet een meisje hier flirten om van hierbeneden tot daarboven te geraken?
En wie moet ik overrijden op de Autobahn?
Wie moet hij bellen, als hij het zou willen?
Wie moet het anders doen?
En wie moet ik bedanken voor de Debbie snackcakes?
Maar wie moet zoiets schrijven?
Wie moet hen hangen?
Met wie moet ik praten?