Voorbeelden van het gebruik van Word jij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Word jij dansleraar?
En nu word jij mijn vetpot.
Voor mij word jij nooit oud, schat.
Word jij nerveus?
Soms word jij door iemand opgehouden.
Word jij het niet zat?
Word jij mijn getuige?
Word jij het niet beu hier elk weekend te komen?
Wanneer word jij vijftien?
Daarom word jij nooit sheriff, Stan.
Perfect. Vandaag word jij mijn assistent.
Cesare. Op een dag word jij ook koning.
Lees iets wat niet verdrietig is. Anders word jij verdrietig.
Ben ik het? Of word jij ouder?
Anders word jij ook veroordeeld als verrader.
En dan word jij naar beneden gestuurd.
Word jij maar niet jonger,
Word jij dan koningin?
Baas. Dus word jij benoemd tot.
Hopelijk word jij ook gelukkig met Ha-ram.
