Voorbeelden van het gebruik van Een freak in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze is een wetenschaps freak.
Niks. Ben ik een freak of zo?
Niks. Ben ik een freak of zo?
Een freak!- Hij is een freak!
Hij is gewoon een freak met hele mooie handen. Geen litteken.
Hij is gewoon een freak met hele mooie handen. Geen litteken.
Wat voor een freak ben je?
Een freak.- Een stel freaks!
Ze hebben een vieze freak ruimte.- Wiet?
Wie wist dat je een freak in bed. Hey, Hirsch?
Een enorme freak.
Moet je een freak dood hebben?
Je maakte een freak van ons. Door jou!
Allemaal omdat hij een freak van je gemaakt heeft.
Allemaal omdat hij een freak van je gemaakt heeft.
Hij is niet een rare freak uit Norwich.
Hij is een freak. Net als wij.
Een freak.
Een freak?
Ik ben maar een freak, oké?