Voorbeelden van het gebruik van Het is vandaag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nou, het is vandaag je geluksdag.
Het is vandaag dinsdag, 20 juni 2006.
Het is vandaag je geluksdag.
Het is vandaag geen zaterdag.
Het is vandaag de 10de.
Ally, het is vandaag woensdag.
Het is vandaag Helmuts sterfdag.
Het is vandaag jouw beurt, hè?
Het is vandaag nodig.
Het is vandaag 30 maart.
Het is vandaag mijn verjaardag.
Het is vandaag een bijzondere dag, Jan.
Het is vandaag vrijdag. Elke vrijdag.
Het is vandaag 20 mei.
Elke vrijdag. Het is vandaag vrijdag.
Het is vandaag geen vrijdag.
Elke vrijdag. Het is vandaag vrijdag.
Het is vandaag vrijdag. Elke vrijdag.
Het is vandaag mijn laatste dag.
Het is vandaag mijn verjaardag?