Voorbeelden van het gebruik van Het is maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En het is maar voor een week.
Het is maar een vleeswond.
Het is maar een hond.
Het is maar voor enkele weken.
Het is maar een hond.
Het is maar een aanpassing.
Het is maar goed dat ik mezelf met links aftrek.
Oh, het is maar voor een week.
Het is maar voor twee weken. Broeder Qais.
Nu zegt ze"Het is maar een knie-operatie.
Het is maar één dag.
Nee, het is maar een verhaal.
Rustig. Het is maar water.
Het is maar lunch.
Het is maar een misverstand.
Het is maar goed dat je niet langer gewacht hebt.
Het is maar een vleermuis, Gerry.
Het is maar een kleintje”, zegt Jasmin.