Voorbeelden van het gebruik van Het is maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik weet niet wie het is maar dat wil ik wel weten.
Het is maar een ham.
En het is maar honderd kilometer verderop.
Jackson, het is maar drie maanden.
Het is maar twee graden, Sheldon.
Het is maar een borrel.
Het is maar theater.
Het is maar een uitdrukking, Marge.
Het is maar 'n uurtje rijden.
Ik weet niet wat het is maar je krijgt er zware hoofdpijn van.
Het is maar een dag.
Het is maar dollars en centen.
Het is maar voor een paar dagen, Connie.
Het is maar een object.
Het is maar een gevoel.
Luister, het is maar voor een maand.
Het is maar je hoofd.
ik weet niet wat het is maar je hebt het. .
Het is maar een weekend.