Voorbeelden van het gebruik van Maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar door het te zeggen, wordt het een uitnodiging om te kijken.
Maar niet zo ver van huis als jij bent, toch?
Maar als haar iets is overkomen waarbij jij op welke manier dan ook betrokken bent.
Huisvesting is mooi, maar een beetje krap voor 4 volwassenen.
Maar als je het doet, zal ik je vermoorden voordat je hem kunt raken.
Maar veertig is niet oud… voor een mammoetboom!
Maar jij en Arne waren toch samen voor dit.
Maar misschien zonder op die man in dat leeuwenpak te schieten.
Ok, maar ik wil een fopspeen voor mijn zoon.
Maar bij de juiste omstandigheden kunnen de overlevenden een rif bouwen.
Ik weet het niet, maar wie haar kidnapte, zorgde voor haar.
Maar voor de overige Duitsers zijn het mensen die hen de arbeid afnemen.
Maar hij zwijgt, mijnheer secretaris,
Maar in die tijd was het leven zwaar voor een zestienjarige.
Nico Rosberg stopt met F1, maar wie gaat er dan voor….
Maar we huilen een beetje
Maar mijn beide oma's leken natuurlijk op Edward James Olmos.
Maar Paige is met haar familie naar Lake Forest. Daar moet ik naar toe.
Wees niet verrast, maar hun doctrine leert ook moraliteit en liefde.
Maar met Gods wil zal je binnenkort oma zijn, Nishalla.