Voorbeelden van het gebruik van Het is vandaag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het is vandaag. Jij?
Het is vandaag onze 1.
je moet babysitten. Het is vandaag.
Het is vandaag een gekkenhuis hier.
Het is vandaag, niet?
Het is vandaag kouder dan gisteren.
Het is vandaag over acht uur.
Het is vandaag 27 september 1949.
Het is vandaag moeilijk om het verschil te zeggen.
Het is vandaag, hè?
Het is vandaag toch de 23ste?
Het is vandaag de negentiende dag van de oorlog.
Het is vandaag de 21e.
Niet waar, het is vandaag gebeurd.
Het is vandaag.
Het is vandaag een gedeeltelijk onafhankelijke provincie van Oeganda.
Het is vandaag een van de grootste bedrijven ter wereld wat betreft tv-facilitaire diensten.
Het is vandaag.
Het is vandaag beschikbaar in veel medische universiteiten.
Het is vandaag bewolkt met lichte regen of motregen in New York City.