Voorbeelden van het gebruik van Kan toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat kan toch geen overtreding zijn!
Dus het kan toch werken?- Kunnen? .
Dat kan toch.
Maar dit kan toch iedereen?
De urn kan toch in een steriele zak?
Zoiets kan toch niet?
Dat kan toch met al die enge beesten en zo?
Maar je kan toch blijven slapen. Oké.
Het kan toch?
Dat kan toch, hè?
We wijzen haar terecht, maar je kan toch geen baby straffen.
Dat kan toch niet?
Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Ze kan toch helpen.
Het geeft niet. Hij kan toch niet tussenbeide komen.
Wat nou, dat kan toch?
Dat kan toch niet?
Het kan toch opwindend zijn.
Dat kan toch niet!
Ik kan toch helpen.