Voorbeelden van het gebruik van Kan toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De griep kan toch een fantastisch dieet zijn.
Dat kan toch?
Ik bedoel, dat kan toch geen kwaad, Mr. Stevenson?
Zij zeiden: Dat kan toch niet anders?
Dit kan toch niet zonder de getuige.
Iedere christen kan toch mensen aanspreken die hij of zij tegenkomt?
dus de massa kan toch hetzelfde zijn.
God kan toch niet overal tegelijk zijn?
Dat kan toch, of niet?
Dat kan toch geen toeval zijn?
Dat kan toch beter?
Dat kan toch niet anders?
Dat kan toch geen toeval zijn, toch? .
Dat kan toch niet. Niet 'n hele stad.
Ik kan toch gaan wanneer ik wil?
Dat kan toch niet alledaags zijn voor je.
Dit kan toch niet waar zijn?
Dat kan toch.
Nu, dat kan toch niet, toch? .
Dat kan toch geen date zijn.