Voorbeelden van het gebruik van Lelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lelijk klein gat in het hoofd.
Als ik niet zo lelijk was, had ik natuurlijk meer keus.
Is uw familie lelijk, Dr. Troy?- Hoezo?
Het is lelijk, maar het is van mij'.
Hij is lelijk gevallen. Voor de zekerheid.
Zo lelijk zie je ze maar zelden.
Ze zijn lelijk, vreselijk, bruto en ook irritant.
Lelijk, zelfs.
Was niet lelijk en gemeen genoeg.
Jij bent lelijk, zij is mooi!
Ik weet dat hij er lelijk uitziet.
Hij is niet lang, en hij is lelijk.
Ik ben lelijk.
Denise kocht ontzettend lelijk contactpapier voor m'n keukenlades.
Je ziet er lelijk uit.
Ze zijn onaantrekkelijk, lelijk, bruto en irritant.
Ze is vast heel lelijk en daar is ze verbitterd over.
Ze waren lelijk tegen Eunice.
Jammer dat ze zo lelijk is.- Zou kunnen.
Het wordt lelijk.