Voorbeelden van het gebruik van Moet oppassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Oké, je moet oppassen met die oude blikken cranberrysaus.
Je moet oppassen hoe je tegen me praat.
Je moet oppassen hoe je het wrijft.
Je moet oppassen met Ofglen.
Ik moet oppassen voor infecties.
Ik moet oppassen.
Je moet oppassen niet om jezelf te bijten
Je moet oppassen voor Rachel.
Hé je moet oppassen met die gasten.
Je moet oppassen.
Je moet oppassen wat je zegt, meisje.
U moet oppassen dat u de druppelaar niet verontreinigt.
Ik moet oppassen waar ik word gezien.
Mama zegt ik moet oppassen met jou.
Je moet oppassen met wie je zakendoet.
Hij moet oppassen.
Je moet oppassen voor slangen.
Je moet oppassen met wie je omgaat.
Je moet oppassen als je hem oppakt.
Het ergste is… dat je moet oppassen om geen longontsteking te krijgen.