Voorbeelden van het gebruik van Moet vertrekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet vertrekken.
Je moet vertrekken nu.
Je moet vertrekken, Kerstin.
Je moet vertrekken, Miss Drake. Natuurlijk.
Ik zal zeggen dat ik moet vertrekken.
Maar je moet vertrekken.
Je moet vertrekken.
Ik moet vertrekken, liefste.
De voltallige Commissie moet vertrekken- en wegblijven!
Je moet vertrekken, Pop.
Je moet vertrekken.
Je moet vertrekken uit Dallas.
Ik moet vertrekken.
Het schip. Alsjeblieft, je moet vertrekken.
Cool. Je moet vertrekken.
Vanessa: Ik moet vertrekken, maar ik zal je missen….
Jij moet vertrekken.
Je moet vertrekken nu, of je mist het tij.
Jij moet vertrekken. Nee.
Ik moet vertrekken.
