Voorbeelden van het gebruik van Moet vertrekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kom, papa moet vertrekken.
Eén van jullie moet vertrekken.
Mij ook, maar je moet vertrekken.
De Bene Gesserit heks moet vertrekken.
Je moet vertrekken. Nee.
Niets, dat was jij niet, maar je moet vertrekken.
En jou. Wel, ik moet vertrekken.
Ik vind dat je moet vertrekken.
De heks van Bene Gesserit moet vertrekken.
Ik moet vertrekken.
Genoeg. Je moet vertrekken.
Moordenaar, ik wil het niet zeggen, maar ik moet vertrekken.
De Bene Gesserit heks moet vertrekken.
Jij moet vertrekken.
Ik moet vertrekken omdat ik gevaar loop.
Santana, je moet vertrekken.
Vergeet het maar, ik moet vertrekken.
U moet vertrekken.
Ik moet vertrekken.
Je moet vertrekken.