Voorbeelden van het gebruik van Moment in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Op dit moment niet, maar hij zal me bellen.
Dat was het moment waarop ik zei.
Dat was 't moment dat ik bijna flauwviel.
Dit is het moment Maar dit?
Maar op dit moment is hij een patiënt.
Dit is niet het moment voor oorlog.
Op het moment is de website onder constructie.
Op dit moment is dit bijwoord uniek.
In dat moment, waren het de woorden.
Het ene moment was je mijn grote broer.
Op dit moment is alles mogelijk.
En dat is het moment dat jij moet handelen.
Maar op dit moment omarm ik schoonheid.
Dit is mijn favoriete moment van de dans.
Dit is geen moment voor oorlog.
De officiële rente staat op het moment op 1, 5 procent;
Op dit moment wordt het nationale beleid lokaal geïmplementeerd.
Om een moment te stoppen is de droom van elke persoon.
Het ene moment leggen we funderingen voor een school.
Proficiat. Het moment kon niet beter zijn.
