Voorbeelden van het gebruik van Nu vertrekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We moeten nu vertrekken.
We gaan nu vertrekken, Vader.
Maar we moeten nu vertrekken.
Ze kan nu vertrekken.
We gaan nu vertrekken.
Je mag nu vertrekken.
Als ik wil leven moet ik nu vertrekken.
Wilt U nu vertrekken?
We kunnen nu vertrekken.
Ik wil nu vertrekken.
Nu vertrekken zou erg dom zijn.
Je moet nu vertrekken.
Virginia moet nu vertrekken.
Mr Mallory, Florence en ik zullen nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken.
Maar we moeten nu vertrekken.
Ik ga nu vertrekken.
U moet nu vertrekken.
Alsjeblieft, je moet nu vertrekken.
Grootmoeder, ik ga nu vertrekken.