Voorbeelden van het gebruik van Nu vertrekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We moeten nu vertrekken.
Meneer, je moet nu vertrekken.
We zullen nu vertrekken.
U moet nu vertrekken.
Zeker, Je moet nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken. De reactor gaat ontploffen.
Hoe kan ik nu vertrekken lk heb nog niet eens geleefd?
Dus ik zal nu vertrekken, dan kan de verdeling gebeuren.
We moeten nu vertrekken!
Kunnen we nu vertrekken?
Wil je nu vertrekken?
Je mag nu vertrekken.
U mag nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken.
Misschien wilt u nu vertrekken?
Je moet nu vertrekken.
Je kan nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken.
Je moet nu vertrekken.
Dan ga ik nu vertrekken.