Voorbeelden van het gebruik van Nu vertrekken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We moeten nu vertrekken, als we de toespraak willen zien.
Je mag nu vertrekken.
Waarom kun je niet nu vertrekken?
U mag nu vertrekken.
Oké, ik wil nu vertrekken.
Degenen die niet blijven moeten nu vertrekken.
Als we nu vertrekken, kunnen we ze nog inhalen.
We moeten nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken of de kans bestaat dat we het niet halen.
Je moet nu vertrekken.
Jij en de baby moeten nu vertrekken.
Je kan nu vertrekken.
De moeder wil nu vertrekken.
Ik moet nu vertrekken.
Je moet nu vertrekken.
We moeten nu vertrekken!
Als we nu vertrekken, kunnen we nog op tijd zijn voor de Renaissance Faire.
Als je meekomt… we moeten nu vertrekken.
Je kan nu vertrekken.
Raymond, we moeten nu vertrekken.