Voorbeelden van het gebruik van Toch iets in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Er moet toch iets te doen zijn?
Dat moet toch iets betekenen?
Ik heb meubels in mijn huis, maar er mist toch iets.
Dat bleek een paar dagen later toch iets anders te liggen.
Ik denk dat ik toch iets zal ontdooien.
Er is toch iets dat je moet erkennen;
Ik moest toch iets bedenken.
Daar moeten we toch iets aan doen.
Ik moet toch iets kunnen doen.
We moeten toch iets proberen?
Niet veel misschien, maar toch iets!
Dan moet u toch iets kopen.
Er is toch iets dat je moet begrijpen;
Er is toch iets dat je moet erkennen;
Lk moet toch iets kunnen doen.
Ik moest toch iets zeggen?
Ik moest toch iets terwijl jij weg was.
Maar je moet toch iets eten,?
Afgezien van dat het een ramp was, leverde het toch iets geweldigs op.
Anders verstop ik me onder je bed… en pak ik toch iets.