Voorbeelden van het gebruik van Vroeg weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
moest de volgende dag weer vroeg weg.
Je was vroeg weg.
U zei dat ik vroeg weg kon vandaag.
Je gaat vroeg weg.
Lopez en Takata gingen vroeg weg. Nee.
Ik moet vroeg weg.
Ze ging vroeg weg.
Jij was vroeg weg.
Katarina moest vroeg weg.
We gaan vroeg weg.
Vreselijk. Je was vroeg weg.
We moesten vroeg weg.
Ik ga vroeg weg.
Vreselijk. Je was vroeg weg.
Marcy? Ik moet vroeg weg vandaag?
Jij gaat vroeg weg.
Marcy? Ik moet vroeg weg vandaag.
Hé, ga je vroeg weg?
Maar we moeten vroeg weg.
Ga je nou weer vroeg weg, Bartowski?