Voorbeelden van het gebruik van Wist in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En toch wist u wat te vinden.
Dat wist ik. Evan. Evan!
Ik wist niet dat jij het was. Kolonel.
Hij wist dat ik naar de tempel ging.
Lk wist dat ik verantwoordelijk was.
Wist je dat Superman in Cleveland is gemaakt?
Hij wist jouw naam nog, Cletus.
Niemand wist dat hij gek was.
Saul wist haar op de een of andere manier te waarschuwen.
Hij wist niet dat ik bij Carmine werkte.
En hij wist overal van.
Je wist tenminste wat het niet was.
Wist Emily dat?
Ik wist dit en verbrak elke band.
Ik wist dat jij 't was.
Toen wist ik wat het was.
Hij wist mijn naam nog. Tot later, Sam.
Maar hij wist te ontsnappen.
Ze wist niet dat hij een demon was.
Ik wist dat het Ricky en Fred waren.