Voorbeelden van het gebruik van Beloven in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Beter niets beloven dan beloven en niet betalen.
Het beloven van geld is effectiever dan het geven.
We moeten beloven om niet weer verstrikt te raken in deze troebeling.
Als jullie beterschap beloven, vergeten we alles.
Je moet me beloven dat je niets tegen Oliver zegt.
Ik moest beloven hem $200 te geven om op je feest te spelen.
Maar je moet me beloven dat je niets tegen hem zegt.
Kun je me beloven?” zei de politieman.
Chloe, je moet me beloven dat je niks tegen Clark zegt.
Kunt u me beloven dat ik geen plant word?
U moet me beloven dat hij veilig is.
Je moet me beloven te doen wat ik je vraag, Suitcase.
Je moet beloven niet weg te gaan
Maar je moet me één ding beloven.
moet je me nog iets beloven.
Ik heb niemand niets beloven.
Voor we verder gaan, moeten jullie me wat beloven.
Nu wil ik dat jullie me één ding beloven.
Maar… -Dat moet je me beloven.
Nooit iemand iets beloven.