Voorbeelden van het gebruik van Biechten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Kom je biechten?
Zij dopen, zij biechten, geven de kerkgemeenschap,
Orgasmes vriendinnen biechten hun liefde.
Ik kom eten, niet biechten.
Ik wil niet biechten. Ik geloof niet langer in God.
Biechten kan heel hard zijn.
Ik ben niet wezen biechten sinds de hogere school.
Ze komen biechten en nemen het besluit hun levenswijze te veranderen.
Biechten is vergeving zoeken,
Als je niet komt biechten, dan zal God boos op je zijn.
Hem laten biechten. En veranderde hem op 't laatste.
Biechten is een anonieme daad.
Ik weet dat ik moet biechten, maar het waren heerlijke zonden.
Ik wil biechten, vader!
Wilt u biechten?
Wil je biechten?
Wil je biechten?
Kwam je hier niet een paar weken geleden biechten?
mocht je willen biechten.
Vader… ik denk dat ik nu wil biechten.