Voorbeelden van het gebruik van Dat wilde ik in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat wilde ik maar weten.
Dat wilde ik Maria vertellen.
Dat wilde ik maar zeggen. De 22e.
Dat wilde ik juist voorkomen.
Ana Lee. Ana Lee. Dat wilde ik zeggen.
Dat wilde ik juist even checken.
Dat wilde ik.
Dat wilde ik ook.
Dat wilde ik terug.
Dat wilde ik Mrs. Scott laten weten.
Dat wilde ik voorkomen.
Dat wilde ik de lezer laten beoordelen.
Dat wilde ik alleen maar weten.
Geweldig. Dat wilde ik horen.
Dat wilde ik tegen je zeggen.
Dat wilde ik gaan voorstellen.
Dat wilde ik gewoon iedereen laten weten.
Dat wilde ik uw Parlement meedelen,
Dat wilde ik u nog vragen.