Voorbeelden van het gebruik van Griezel in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben een griezel.
We moeten naar Becky Watalski, voordat die griezel haar te pakken heeft.
Je speelt geen maffe Victoriaanse griezel.
Je bent een griezel.
Soms voel ik me ook als een griezel.
Ik ben geen griezel.
Wat ben jij voor een griezel?
Je bent een griezel, Spock!
Een kat die we hadden, griezel.
Wat 'n griezel.
Hij is een griezel, maar niet onze griezel. .
Het was 'n griezel, maar ik dacht geen moment.
De griezel die mij stalkte.
Zegt de griezel die mijn zus stalkt.
Die griezel heeft de helft van mij gepakt.
Ik ben een griezel. Een buitenstaander!
Die griezel uit het park, hij zit daar.
Griezel, dat heb ik eerder gehoord!
Je bent geen griezel, of wel?
Jij bent die griezel van het feest, is het niet?