Voorbeelden van het gebruik van Kok in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Scotty is de beste kok die er is.
Recept gelei van de bessen: kok lekkere en gezonde drank.
Dat zijn zeker de dansende diëtiste en de muzikale kok.
Katoenen overall of morspak of stofjas voor techniekers die geen kok zijn.
Ik ben de kok.
Er is echter een zaak die niet iedere kok heeft.
Ik ben een visionair, geen kok.
Dat is geen echte baan zoals schoonmaakster, kok, reality-ster.
Natuurlijk, m'n vader is kok.
Misschien moet ik kok worden of zo.
Is mijn ontbijt klaar, kok?
Een droom voor elke kok.
Ik ben toevallig een geweldige kok, één van mijn vele talenten.
Nee, ze is een verschrikkelijke kok.
De warme keuken kok droeg een brandbare voorschot. Keukenbloopers.
Je krijgt de kok, meer kunnen we ons niet veroorloven.
Vraag de kok hoe belangrijk een eierklopper in de keuken is.
Ze is geen kok voor snelle gerechten, oké?
Geen kok, dat zou een ramp zijn.
Heeft memsaab geen kok in OI Joro Orok?