Voorbeelden van het gebruik van Nijdig in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Gisteren was je behoorlijk nijdig.
Ik ben hartstikke nijdig op haar!
Je baas was nijdig.
Oké. Waarom ben je nijdig?
Lk ben niet nijdig.
Hij vertrekt nijdig.
Dat jullie me nijdig maken.
zijt niet nijdig over de goddelozen.
Dat maakte me echt nijdig tegenover vrouwen.
Je bent echt nijdig.
Ik ben niet nijdig.
Hij maakt me zo nijdig.
Hij maakte me nijdig.
Ik denk dat haar ouwe nog steeds nijdig is dat we de familie tot schande maakten.
Hij zal nu wel nijdig op mij zijn… maar hij verdient het vast.
Hij was nijdig toen die gozer in Battery Park ervandoor ging.
Weet je nog dat de leraren op school nijdig werden… als ze je ermee betrapten?
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te allen dage in de vreze des HEEREN.
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.
Maar vrouwen worden dan nijdig, want als zij klaarkomen… willen ze kletsen, knuffelen… en de woonkamer herinrichten.