Voorbeelden van het gebruik van Waard in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Een dergelijk succes is het waard om nader bestudeerd te worden.
Een probleem waard om te worden opgelost?
Wat er ook in zit, is vast een fortuin waard.
Ze is 't wachten waard.
Maar de reis zelf was de moeite waard.
Men moet het waard zijn te overleven.
Niets. Niets waard te herhalen.
Groene agaat, Zal wel veel meer waard zijn dan we denken.
Je bent het wachten waard.
Lowne is de grond onder je voeten nog niet eens waard.
Ik denk dat het de moeite waard.
Ik heb niks wat het stelen waard is.
Ik weet niet zeker of ik het waard ben.
Wat het ook is, het is het waard om voor te doden.
Het leek een ziel waard, indertijd.
Prijzig, maar de moeite waard.
Ik wil dat je mij één geeft die het waard is te leven.
Ze bleek het wachten meer dan waard.
Vast een fortuin waard.
Maar 't is de moeite waard.