AFSPRAAK - vertaling in Spaans

cita
afspraak
date
citaat
benoeming
offerte
rendez-vous
quote
ontmoeting
dating
citeert
trato
deal
behandeling
ik probeer
afspraak
omgang
overeenkomst
omgaan
ik behandel
behandelen
treat
acuerdo
overeenkomst
akkoord
eens
overeenstemming
deal
afspraak
regeling
instemming
agreement
schikking
reunión
vergadering
bijeenkomst
ontmoeting
meeting
reünie
afspraak
samenkomst
zitting
bespreking
réunion
arreglo
regeling
arrangement
overeenkomstig
afspraak
inachtneming
opstelling
basis
schikking
grond
fix
compromiso
compromis
inzet
betrokkenheid
toewijding
engagement
verbintenis
toezegging
verplichting
verloving
commitment
nombramiento
benoeming
aanstelling
aanwijzing
benoemen
afspraak
nominatie
naamgeving
voordracht
acordado
overeenkomen
overeenstemmen
herinneren
afspreken
overeenstemming
eens
denken
akkoord
overeenstemming bereiken
instemmen
citas
afspraak
date
citaat
benoeming
offerte
rendez-vous
quote
ontmoeting
dating
citeert
acordamos
overeenkomen
overeenstemmen
herinneren
afspreken
overeenstemming
eens
denken
akkoord
overeenstemming bereiken
instemmen

Voorbeelden van het gebruik van Afspraak in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Eén of andere afspraak die ze hadden.
Algún tipo de acuerdo que tenían.
Hoe afspraak met de dokter in Perm.
Como cita con el médico en Perm.
Ik heb een afspraak met Alex Prout.
Tengo una entrevista con Alex Prout. Sí.
Afspraak met de gidsen op de kaai van de zeven martelaren.
Cita con los guías en el muelle de los Siete Mártires.
Tijd, en de afspraak overlapping is zeker niet gelukkig.
El tiempo y la superposición de citas ciertamente no son felices.
Ze nam wat vrijaf vorige week, afspraak met de dokter.
Había tomado licencia personal la semana pasada. Cita con su médico.
Ze moet een afspraak gehad hebben met iemand anders.
Tuvo que haber quedado con alguien más.
Ik zie je bij je afspraak volgende maand.
Um… te… te veré en tú cita del mes que viene.
Wilt u die afspraak na drie weken in functie al opzeggen?
¿Pretendes desmantelar ese entendimiento a las tres semanas en el puesto?
Ik belde voor een afspraak. Je belde niet terug.
Llamé para concertar una cita, no me devolviste la llamada.
Ik heb een afspraak met een arts.
Tengo turno con el médico.
Corruptie is een illegale afspraak tussen twee of meer personen.
La corrupción es un pacto ilegal entre dos o más personas.
Hij heeft geen afspraak met de duivel zoals ik.
No tiene un trato con el diablo como yo.
We hebben een afspraak met mr. Plympton.
Tenemos una entrevista con el Sr. Plympton.
Ik heb een afspraak met mijn zus super vroeg.
He quedado con mi hermana súper temprano.
Ze heeft een afspraak met iemand die wél eng is.
Tenía una entrevista con alguien que sí da miedo.
Ik heb een afspraak met Mr Squirrel bij de grote boom.
He quedado con el Sr. Ardilla en el gran árbol.
Tucker en ik hebben een afspraak om weg te blijven van die troep.
Tucker y yo hicimos un pacto de mantenernos lejos de esa mierda.
Steven en ik hebben die afspraak gemaakt, voor een echte reden, Leo.
Steven y yo hicimos ese pacto por una razón de peso, Leo.
Een afspraak is niet nodig.
No necesita un turno.
Uitslagen: 9156, Tijd: 0.138

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans