Voorbeelden van het gebruik van Auto gestolen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zevenendertig keer een auto gestolen.
Hij heeft een auto gestolen.
Vriend. Heb je die auto gestolen?
Ik zeg gewoon dat Nick de auto gestolen aangaf voor de brand.
Ik wist pas vanochtend dat de auto gestolen was.
Hij zegt dat z'n auto gestolen is.
Ja, we hadden die auto gestolen.
Ik heb alleen die auto gestolen.
In Polen is de auto gestolen.
Of die auto gestolen.
Ik heb nog nooit een auto gestolen.
Je hebt een auto gestolen.
Die de auto gestolen heeft-- moet je niet met hem gaan praten?
Dat wist ik omdat ik 't onder de trailer had verstopt na nummer 86:'Auto gestolen van een meisje met één been.'.
Omar heeft de auto gestolen, ik heb het gepland en jij schiet.
Toller heeft waarschijnlijk haar auto gestolen. Dus als je ons ook maar iets kunt vertellen.
Een slechterik raakte verzeild in een ongeluk. En hij heeft Muñoz' auto gestolen… omdat hij de Dodge uit wilde.
Misschien hebben ze een auto gestolen.
een zuster beledigd, ontsnapt uit een instelling. Een auto gestolen.
Volgens het chassisnummer en de nummerplaat werd zijn auto gestolen.