Voorbeelden van het gebruik van Auto stond in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zijn auto stond achter de hoek van zijn appartement.
De auto stond vlak voor de winkel.
Uw auto stond gisterenmorgen in het bos.
Mijn auto stond achter die bomen.
Haar auto stond in Kastrup.
De auto stond hier te wachten. Uit het zicht van het huis.
De auto stond tijdens een orkaan in het water.
Ik denk het. De auto stond in de andere richting, weet je nog?
Je auto stond in de garage.
Maar de auto stond 'n paar rijen verder?
De auto stond bij het vliegveld, z'n bebloede kleren in de kofferbak.
De auto stond bij de school geparkeerd.
Haar auto stond daar op die oprit.
De auto stond hier toen ik gisteravond wegging.
De auto stond er elke avond. Behalve toen.
De auto stond midden de weg,
Z'n auto stond er, dus ik wist dat hij thuis was.
De auto stond aan de kant van de weg, met de sleutels erop.
De auto stond geparkeerd op de rails en we raakten hem.
De auto stond richting het noorden.