Voorbeelden van het gebruik van Baas zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je eigen baas zijn.
Nooit hun eigen baas zijn.
Liz mag dan de baas zijn, ze is ook een.
Jij bent en zal altijd… de baas zijn.
En jullie wilden hier de baas zijn?
Dat zal m'n baas zijn.
Je denkt toch niet dat honden de baas zijn.
ik wilde mijn eigen baas zijn.
Een Mob baas zijn, is alsof je een rockster bent. .
Binnen zullen onze troepen de baas zijn in de hal en de gangen.
Weet je, de baas zijn vandaag heeft me echt uitgeput.
Ik hoop dat de baas zijn chequeboekje bij zich heeft.
De baas zijn is moeilijk.
Jij en je baas zijn te ver gegaan.
Wij willen de baas zijn over de materiële natuur.
En de baas zijn, dat ken je, he?
Het nadeel van de baas zijn.
Jij mag geen baas zijn.
Een wereld waar honden de baas zijn.
Wat weet jij af van maffia baas zijn?
