Voorbeelden van het gebruik van De baas in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De grote Baas heeft je hierheen geroepen.
Wie is hier de baas?
Ik ben de baas. Je doet wat ik zeg.
Goed, jij bent de baas, zoals jij het wil.
Praat met de baas van Delfs.
Ik ben m'n blaas de baas.
Ik ben de baas.
Boyd joeg Rodney weg, zei dat hij de baas was.
Was hij de baas?
Je bent niet de baas over mij!
Jij bent de baas nu, je moet het team beschermen.
Niemand is vrij… die niet de baas is over zichzelf.
Ik ben hier de enige baas.
En waar zijn die dan?" vroeg de baas.
Wie is de baas?
Jij bent de baas niet.
T Laat me koud dat je vader de baas is van deze school.
We doen alleen wat de baas vroeg.
Ik heb nog nooit van zon val gehoord binnen een kamer van de baas.