Voorbeelden van het gebruik van De baas in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De baas wil door het midden van de rivier.
Jij moet de knappe baas zijn.
Kinderen, de tv is de baas als we weg zijn.
Ik ben Lou Garvey, de baas van John O'Neil.
Krill. Jij bent de baas hier.
Haal de baas.-Help.
Jij bent de baas niet.
De baas trok ons terug. Belangenverstrengeling.
Oké. De baas die komt mee-eten?
Ik ben de baas, of niet?
De baas zegt dat jij aan de beurt bent.
In Rizal is Sputnik de baas.
Ze krijgt een baby van de baas.
Haal de baas.
Het slachtoffer was de baas van Furuya.
De baas is een raadsel.
Ik ben de baas niet meer.
Je bent de baas niet meer, majoor.
Hij is de baas.