Voorbeelden van het gebruik van De baas in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De baas heeft gebeld.
Kwam de baas niet terug van de oorlog?
De baas van Station Oslo.
Ik ben hier de baas, niet Carl Grissom.
Eerste rondje van de baas, hè?
De baas, mijn god.
Wij zijn de baas in Cicero.
Ik zei toch dat ik hier de baas bent. Zie je nou wel?
De baas is hier.
U bent de baas van m'n ontvoerder.
Ik ben vandaag de baas vanwege…- Ja.
De baas van Oslo Station?
Dacht je dat God hier de baas is?
Dat doet de baas bij iedereen.
De baas neemt ze een jaar werk af!
Ben jij de baas van Treadstone?
Ik zei toch dat ik hier de baas bent. Zie je nou wel?
De Baas wilde je kwijt.