Voorbeelden van het gebruik van De waarheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zeg de waarheid en je kunt gaan.
Je had de waarheid moeten vertellen.
Lees dit boek en de waarheid over dit onderwerp zal u duidelijk worden.
Dit is de waarheid die ze niet gaan tonen.-… nee zei.
De waarheid… ik weet niet wat ik verdomme zag.
De waarheid en niet datgene wat getoond wordt aan selecte media.
De waarheid is leuk, toch?
Omdat de waarheid is dat jij de beste speler allertijden bent.
Ik had de waarheid moeten vertellen.
Je had de waarheid moeten vertellen.
Wat is de waarheid?
De waarheid over de zaak van m. valdemar.
Het uur van de waarheid nadert snel.
Als jij de waarheid niet vertelt.
Dat de waarheid nooit een goed verhaal in de weg mag staan.
De waarheid is, ik was te bang om het te proberen.
Vertel de waarheid, o man van zorgen!'.
Je denkt dat je de waarheid uit haar gaat knuffelen?
Spreekt alleen de waarheid?
Als u de waarheid niet uitspreekt, wie doet dat dan wel?