Voorbeelden van het gebruik van Droeg in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik droeg geen make-up in de jaren '80.
Hij droeg hen op dichtbij hem te blijven en ‘te waken
Uw oom, sir Oliver, droeg me op te komen.
Ik droeg nog nooit een leren broek.
De Hebreeuwse Bijbel droeg de Joden op zorg voor gulle buren en vreemden.
Droeg Ian geen condoom?
Het kind dat je in je droeg, toen hij je aanviel in de tunnel.
Zo droeg je het toen je me voor het eerst bijles gaf.
Jij droeg geen wapen.
Je droeg een roodgeruite jurk en je haar….
Jij droeg een gele trui.
En jij droeg andere kleren.
Je droeg twee verschillende schoenen tijdens de Super Bowl.
Je droeg me in je armen om de boom heen, net zoals nu.
Je droeg die geweldige, blauwe v-neck trui.
Jij droeg de tas.
Jij droeg van die hoge pumps.
De laatste keer dat hij jou zag droeg jij jouw zonden openlijk.
We waren op het strand. Je droeg geen hemd.
En dit shirt, is precies dezelfde als degene dit jij bij de overval droeg.