Voorbeelden van het gebruik van Geintje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wil gewoon dat je begrijpt dat het geen geintje is.
Het was een geintje.
Geintje, ik weet wie Strindberg is.
Geintje. Ik pak mijn tas.
maakte je geen geintje.
Dat is een geintje.
Het was een geintje, echt.
en alles is een geintje.
Je houdt van 'n geintje, hŠ?
Geintje. Je moest die ander 's zien.
Curtis, en dat was een geintje.
Je maakte geen geintje.
Toe, het was maar een geintje.
Dit is geen geintje.
Sorry, dit is helaas geen geintje.
Geen geintje, Michael.
Zeg me alsjeblieft dat dat een geintje is.
Geintje… ik weet dat 't niet door jou komt.
Geintje zeker, Ferris?
Het was maar 'n geintje.