Voorbeelden van het gebruik van Gillen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet gillen, oké?
Je klimt de ladder op en als je boven bent… gillen, lopen, verspreiden.
Niet de eerste keer Ik stuurde twee meisjes gillen van een kamer.
De huishouding hoorde haar gillen, die belde direct de hotelbeveiliging.
Ik durf tewedden dat je kun gillen.
Niet gillen, Louisa.
M'n patiënten gillen meestal.
(Gillen van de passagiers vermengd met stilte).
Ik wil ze niet horen gillen.
Hij laat haar vast gillen en schreeuwen.
Niet gillen, niet naar mij kijken, maar langzaam doorlopen.
Dat zijn de meisjes die het hardste gillen.
maar dan met gillen.
Niemand zou haar horen gillen.
gaat ze lachen of gillen.
Niet gillen, alsjeblieft.
Floaties, zinkoxide en uren in de kinderpool gillen geen romantiek.
Totdat het rennen en gillen begint.
Heb je misschien hier iemand 5 minuten geleden horen gillen?
Ik ga gillen.