Voorbeelden van het gebruik van Hij bouwt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij bouwt bruggen.
Hij bouwt een bom om de Darkhold te vernietigen.
Hij bouwt een huis van gebed
Hij bouwt een kar van een zeepkist!
Hij bouwt een apparaat.
Hij bouwt totomi dieren die samen zouden kunnen naast elkaar bestaan.
Hij bouwt het huis van David.
Hij bouwt voor zichzelf geen beter huis.
Hij bouwt de machine voor één dollar.
Hij bouwt je wapen.
Hij bouwt die zelf van reserve onderdelen.
Hij bouwt een soort kist.
En hij bouwt ons geestelijk immuunsysteem op tegen zonden van allerlei soort.
Hij bouwt een wolkenkrabber met vijf penthouses… alleen voor hem.
Hij bouwt een huis voor David.
Hij bouwt iets.
Hij bouwt dat huis en hij weet niet eens…
Hij bouwt het koninkrijk.
Hij bouwt het wapen.
Hij bouwt de kerk en de kerk veroordeeld hem.