Voorbeelden van het gebruik van Hij speelt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij speelt het lammetje in de kribbe.
Hij speelt in een concert aan het eind van de maand.
Hij speelt zijn eigen spel!
Hij speelt nog steeds.
Ik zei dat ik niet wil dat hij speelt.
Hij speelt niet eens voor zijn eigen moeder.
Hij speelt orgel op een rolschaatsfeestje voor kinderen.
Dundas Square, hij speelt met ons.
Hij speelt vandaag Frank Prady.
Het is zijn derde zomer dat hij hier speelt.
Het belangrijkste voor Diego is dat hij speelt.
Hij speelt liever met zijn ballen.
Hij speelt zo'n twaalf uur per week onlinepoker.
Het is het beste als hij hier speelt.
Hij speelt met dat kleine speeltje?
Omdat hij zich drukker maakt om hoe hij eruit ziet. Dan hoe hij speelt.
Het belangrijkste voor Diego is dat hij speelt.
Hij speelt gewoon bij Sevilla.
Je vriend is daarboven, hij speelt met de engelen.
Denk je dat hij speelt?