HIJ SPEELT - vertaling in Spaans

juega
spelen
spel
gokken
play
toca
aanraken
spelen
aan te raken
tikken
raak
aanraking
kloppen
touch
speel
het aanraken
interpreta
interpreteren
spelen
interpretatie
uitlegging
uitvoeren
worden geïnterpreteerd
worden uitgelegd
worden opgevat
desempeña
spelen
vervullen
presteren
rol
taak
bekleden
is weggelegd
kwijten
jugando
spelen
spel
gokken
play
juegue
spelen
spel
gokken
play
jugar
spelen
spel
gokken
play
interpretará
interpreteren
spelen
interpretatie
uitlegging
uitvoeren
worden geïnterpreteerd
worden uitgelegd
worden opgevat
tocando
aanraken
spelen
aan te raken
tikken
raak
aanraking
kloppen
touch
speel
het aanraken
tocará
aanraken
spelen
aan te raken
tikken
raak
aanraking
kloppen
touch
speel
het aanraken

Voorbeelden van het gebruik van Hij speelt in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Hij speelt het lammetje in de kribbe.
Interpretará a un corderito en el abrevadero.
Hij speelt in een concert aan het eind van de maand.
Tocará en un concierto al final del mes.
Hij speelt zijn eigen spel!
¡Está jugando algún juego propio!
Hij speelt nog steeds.
Aún sigue tocando.
Ik zei dat ik niet wil dat hij speelt.
Dije que no quiero que juegue.
Hij speelt niet eens voor zijn eigen moeder.
No puede jugar delante de su madre.
Hij speelt orgel op een rolschaatsfeestje voor kinderen.
Tocará el órgano en una fiesta de patinaje para niños.
Dundas Square, hij speelt met ons.
De la plaza Dundas. Esta jugando con nosotros.
Hij speelt vandaag Frank Prady.
Hoy interpretará a Frank Prady.
Het is zijn derde zomer dat hij hier speelt.
No. Es su tercer verano tocando acá.
Het belangrijkste voor Diego is dat hij speelt.
Lo importante para Diego es que juegue.
Hij speelt liever met zijn ballen.
Debo practicar. Prefiere jugar con sus pelotas.
Hij speelt zo'n twaalf uur per week onlinepoker.
Pasa unas 12 horas a la semana jugando al poker online.
Het is het beste als hij hier speelt.
No. Será mejor que juegue.
Hij speelt met dat kleine speeltje?
Despues…¿Puede jugar con su juguete?
Omdat hij zich drukker maakt om hoe hij eruit ziet. Dan hoe hij speelt.
Porque le importa mas el como se ve… que como esta jugando.
Het belangrijkste voor Diego is dat hij speelt.
Yo creo que lo más importante para Diego es que juegue.
Hij speelt gewoon bij Sevilla.
Sólo quiere jugar en el Sevilla.
Je vriend is daarboven, hij speelt met de engelen.
Tú amigo está allí arriba. Jugando con los ángeles.
Denk je dat hij speelt?
¿Cree que juegue?
Uitslagen: 947, Tijd: 0.0864

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans