Voorbeelden van het gebruik van Jezus in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jezus, ze zag er zo aardig uit.
Jezus man, op een dag komt er iemand voor jou.
Wij danken Jezus voor zijn vis-à-vis tolerantie van ons gebrek aan organisatie.
Wil Jezus bedankt worden?
Jezus, niets raakt jou ooit.
Jezus, je bent toch niet met 'n kapitein getrouwd?
Jezus Edgar, jij bent meer
Jezus, ze is dood.
Jezus, zegt hij nu dat de VS de rebellen financieren?
Of een dusdanig geïdealiseerde Jezus dat hij soms een persoon lijkt uit een sprookje.
Jezus, dat is geen klein probleempje.
Jezus, Paige, dit is 'n begrafenis?
Jezus, Mueller, ik heb genoeg mannen die iets kunnen breken.
U moet uw kruis opnemen en Jezus volgen, koste wat het kost.
Eerst volg je Jezus in de dood.
En we houden Jezus in de achtergrond.
Jezus, schreef jij deze rommel?
Daarom weent Jezus om de afschuwelijke zonde
Jezus' laatste dagen en Zijn kruisiging.
Jezus volgen betekent niet