Voorbeelden van het gebruik van Jij ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Jij ben een verbazende man, meneer.
Jij ben goed gehumeurd voor iemand die steeds klappen krijgt.
Als je er over nadenkt, jij ben als iets uit een sprookje.
Ik weet wie jij ben, Mr. Jenkins.
Jij ben al dood, Tony.
Ik weet het, Farik… jij ben een ware gelovige
Jij ben hier en er is geen kookles.
ik ben Marjorie, jij ben nu de baas.
Jij ben dood!
Jij ben niet aangekleed.
Jij ben nut volop bezig met je muzikale carrière.
Jij ben hier onder kampioenen, vriend.
Jij ben niet alleen.
Jij ben zo mager.
Kijk eens hoe dik jij ben.
Jij ben dood, meneer!
Jij ben zeker cheerleader bij jou op school?
Jij ben mijn man's laatste hoop.
Dus jij ben eerste klas, toch?
Jij ben de mensheid's enige hoop.