Voorbeelden van het gebruik van Jij dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Met wie moet ik praten als jij dood bent?
Maar ik dacht dat jij dood was!
ben jij dood.
Ik wilde niet dat jij je dood zou schrikken.
Nadat jij dood zou zijn.
Als jij dood wilt voor 70.000 pond,
Elke dag ga jij hier dood.
ga jij dood.
Ik waardeer het niet dat jij me dood probeerde te krijgen.
Jij dood.
Wie zegt dat jij dood gaat?
Ben jij niet dood?
Was jij niet dood?
Wil jij dood, of het varken?
Wil jij dood?
Maar nu ga jij dood en niemand zal zich jou herinneren.
Wil jij dood?
Dus sloeg jij hem dood… dacht je, en begroef hem.
Zolang ze denken dat jij dood bent, is ze veilig.
Papa, ga jij dood?