Voorbeelden van het gebruik van Leeft hij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Op dit moment leeft hij onder het bombardement.
En hij zeidezeide: Leeft hij dan nog? Hij is mijn broeder.
Vandaag leeft hij in Zwitserland met zijn drie kinderen.
In een zekere zin leeft hij in zijn eigen wereld.
In het nieuwe testament leeft Hij in ons hart!
Volgens mij leeft hij.
Maar waarom? In hemelsnaam leeft hij nog?!
Zolang het blaadjes heeft, leeft hij.
Wanneer ik sterf, leeft Hij opnieuw.
Dan is hij op God gericht en leeft hij tot eer van God.
Waren er anderen bij jou. Bij hen, Santiago. Leeft hij?
Zo leeft hij nu eenmaal.
een paar krenten op zak, leeft hij dagen.
Als de Soeverein van een universum leeft hij nog steeds.
In plaats daarvan leeft hij van het inkomen dat hij verdient door standup-optredens, een praktijk die
Ik ben dol op bekennen om hem over hen, leeft hij op de 27e verdieping
Waarom leeft hij nog?
Ononderbroken, dag en nacht leeft hij in vol, helder bewustzijn,
door het hart gestoken… en nog leeft hij!
In plaats daarvan leeft hij van het inkomen dat hij verdient door standup-optredens, een praktijk die