Voorbeelden van het gebruik van Onwel in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij is onwel.
Niets, ze is een beetje onwel.
Hij is onwel.
Ik voel me een beetje onwel.
Albert was zeer onwel.
Mijn eigen kleermaker is onwel.
Harry, Mr. Gray voelt zich terug onwel.
M'n vriend is onwel.
Hij was onwel.
Ze is onwel.
Miss Barcant, is uw cliënt onwel geworden?
Tegen de tijd dat ik in Glasgow aankwam voelde ik me onwel.
Einon, je bent onwel.
We maken ons zorgen als hij onwel is.
de luitenant en z'n mannen onwel zijn.
Het maakt je niet onwel, en het verzwakt je lichaam zeker niet.
Onwel voelen: niemand kan fysieke liefde in een slechte staat willen.
Mama is weer onwel geworden.
In 1949 werd Einstein onwel.
Piloot onwel.