Voorbeelden van het gebruik van Papa moet in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Luister, papa moet gaan nu.
Papa moet hier wel een miljoen ideeën hebben.
Papa moet ophangen.
Papa moet aan het werk.
Kom op schatjes, doe je best. Papa moet die stomme kaart hebben.
Kom, papa moet vertrekken.
Papa moet voorlezen.
Papa moet nog even slapen.
Dat gaat niet, papa moet rijden.
Papa moet leren dat hij hier geen mensen kan bedreigen.
Papa moet werken.
Papa moet naar z'n werk.
Papa moet het doen.
Papa moet naar het toilet.
Ik weet het, maar schatje papa moet werken.
Ik zou wel willen, lieverd, maar papa moet weer aan het werk.
Goed, schatje. Papa moet overwerken.
Oké, jongens, papa moet gaan werken.
Maar jij en papa moet gaan, als het je een veiliger gevoel geeft.
Papa moet zo trots zijn geweest.